Gemeentelijk beleid algemeen.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het armoedebeleid en de integrale schuldhulpverlening. Gemeenten doen zelf de uitvoering of ze beleggen de uitvoering bij anderen, zoals de kredietbank, het welzijnswerk en maatschappelijke organisaties.

Sinds 1 januari 2015 hebben gemeenten meer beleidsruimte rond armoedevraagstukken. Maar, zoals het NRC heeft uitgezocht, is er een rode draad in het gemeentelijk armoedebeleid. Deze laat zich zien in acht maatregelen.

  1. Kosten verminderen: bijvoorbeeld met een collectiviteitskorting op de zorgverzekering en hulp bij het verlagen van de energielasten.
  2. Participatie bevorderen: met maatregelen als een meedoen-regeling en een kortingspas.
  3. Kinderen helpen: met diverse maatregelen en hulp van maatschappelijke organisaties verzachten van de  gevolgen van armoede bij kinderen.
  4. Gezondheid bevorderen: armoede- en gezondheidsproblemen in samenhang tegengaan.
  5. Stress verminderen: een paar gemeenten testen Mobility Mentoring.
  6. ‘Werkende armen’ ontdekken: zoeken naar mogelijkheden om ook deze groep in het gemeentelijke vizier te krijgen.
  7. Schulden voorkomen: van extra uitleg na een risicovolle levensgebeurtenis tot snel actie ondernemen bij een betalingsachterstand.
  8. Geldstromen versimpelen: bevorderen dat mensen het overzicht houden op hun geldzaken, bijvoorbeeld met een formulierenbrigade of hulp van vrijwilligers.

Bron: NRC 15-06-2018

Standpunt VNG, Divosa, NVVK en MOgroep over schuldhulpverlening

Het bestaande stelsel van schuldhulpverlening is onwerkbaar en niet efficiënt. Het stelsel belemmert mensen om uit hun schulden te komen. Erger nog: het stelsel veroorzaakt meer of nieuwe schulden. VNG, Divosa, NVVK en de MOgroep slaan de handen in een en hebben concrete voorstellen voor verbetering, ook van de eigen aanpak.

In een gezamenlijk pamflet formuleren de vier genoemde organisaties welke randvoorwaarden nodig zijn van het Rijk. De voorwaarden lopen uiteen van financiële educatie in het onderwijscurriculum tot beter beleid voor het beschermingsbewind. Ook wordt het Rijk aangesproken op zijn rol als schuldeiser. De vier partijen willen zelf ook stevige maatregelen nemen om de aanpak van armoede en schulden effectiever te maken. Ze noemen onder meer: meer inzetten op preventie en alternatieven ontwikkelen voor het beschermingsbewind.